Komende evenementen:Weersverwachting:BasDongen twitter: |
Tennis is van oorsprong geen Nederlandse sport. Op de "geschiedenis-pagina" op deze Bas Dongen tennissite, kunt u het ontstaan van tennis nader bekijken. Daar leest u ook dat eerst eind vorige eeuw min of meer vastlegging van de huidige spelregels heeft plaatsgevonden. Dit is gebeurd in de Engelse taal. Die (inmiddels uiteraard alweer diverse keren aangepaste) Engelse tekst is nog steeds de officiële tekst.
Onderstaande regels zijn afgeleid van die Engelse tekst. Bij twijfel bevat evenwel nog immer de Engelse tekst de enig officiële regel.
TENNISBAAN Officiële afmetingen van de tennisbaan: b ij het ENKELSPEL: Lengte baan : 23 meter 77 centimeter Breedte baan: 8 meter 23 centimeter bij het DUBBELSPEL: Lengte baan : 23 meter 77 centimeter Breedte baan : 10 meter 97 centimeter Dit is aan weerszijden 1 meter 37 breder dan het speelveld voor het enkelspel. - dit "extra" gedeelte van de baan noemt men ook wel de tramrails.
LIJNEN De lijnen behoren bij (het gedeelte van) het speelveld dat ze markeren. Een bal op de lijn, hoe miniem ook, geldt dus als zijnde de grond geraakt te hebben binnen het vak dat die betreffende lijn markeert. De lijnen aan de uiterste (lange) buitenzijde van het speelveld noemt men de "zijlijnen". De lijnen aan de uiterste (korte) buitenzijde van het speelveld noemt men de "achterlijnen". De achterlijn wordt in tweeën gedeeld door middel van een kort (10 cm lang) zgn. "middenmerk". Op iedere speelhelft is, evenwijdig aan het net, op een afstand van 6 meter 40 van dat net een lijn getrokken, de zgn. servicelijn. Deze servicelijn loopt door tot aan de zijlijn die het enkelspel aangeeft. Het vlak tussen servicelijn en net wordt, evenwijdig aan de zijlijnen, in het midden verdeeld door de "middenservicelijn". De vakken links en rechts van deze middenservicelijn noemt men de "servicevakken". De "binnenste" zijlijn (bij de tramrails) heet, althans voor dat gedeelte dat het servicevak begrenst, ook wel de servicezijlijn. De "middenservicelijn" is 5cm breed, evenals het "middenmerk"; de achterlijn mag maximaal 10 cm breed zijn; alle overige lijnen behoren minimaal 2.5 cm en maximaal 5 cm breed te zijn. De lijnen dienen dezelfde kleur te hebben. Hoe groot de ruimte aan de achterzijde en de zijkant buiten het speelveld dient te zijn, wordt veelal per tournooi geregeld. Bij tennis op recreatief- of clubniveau dient de ruimte achter de achterlijn evenwel minimaal 5,50 meter te zijn en aan weerszijden van het speelveld 3,05 meter.
NET Het speelveld wordt, dwars over het midden van de baan, gescheiden door een net, opgehangen aan een netkoord of netkabel, welke bedekt is met een witte band. De uiteinden van netkoord of netk Meestal wordt bij het enkelspel gebruik gemaakt van een gecombineerd dubbel-/enkelspelveld. In dat geval moet het net tot een hoogte van 1,07 m worden ondersteund door middel van twee palen, "enkelspelpaaltjes" genaamd; deze enkelspelpaaltjes moeten exact 0,914 meter buiten het enkelspelveld worden geplaatst. Het net moet volledig gespannen zijn.De hoogte van het net moet in het midden 0,914 meter zijn. Het net wordt in het midden strak aan de grond bevestigt met behulp van een witte "nettrekband".
TENNISBAL Een goedgekeurde tennisbal dient wit of geel van kleur te zijn en een gewicht te hebben tussen 56 en 59 gram. De stuitkracht van de bal dient dusdanig te zijn dat, wanneer men de bal van een hoogte van 2 meter 54 op een vlakke, betonnen ondergrond laat vallen, deze tussen de 1 meter 35 en 1 meter 47 opstuit.
RACKET De totale lengte van het frame van het racket - de handgreep meegerekend - mag niet groter zijn dan 73,66 cm. De breedte van het frame van het racket mag nergens groter zijn dan 31,75 cm. Het slagoppervlak mag nergens langer zijn dan 39,37 cm en niet breder dan 29,21 cm. Het racket moet een enkelvoudige bespanning hebben; aan beide zijden van het blad dient het racket dezelfde specificaties te hebben. Dempers mogen uitsluitend worden aangebracht buiten het patroon van gekruiste snaren.
SPELSOORTEN 1. Herenenkel één heer tegen één andere heer; 2. Damesenkel één dame tegen één andere dame; 3. Herendubbel twee heren tegen twee andere heren; 4. Damesdubbel twee dames tegen twee andere dames; 5. Gemengd dubbel (mix) één dame met één heer tegen een andere dame en één heer. · Tenzij vooraf niet anders is afgesproken, is het toegestaan dat junioren en senioren tegen elkaar spelen.
WEDSTRIJD Een wedstrijd bestaat uit sets. Vooraf wordt bepaald om hoeveel gewonnen sets wordt gespeeld. Bij de amateurs en bij het professionele internationale vrouwentennis wordt meestal een zgn. "best of three" gespeeld. Wie het eerste daarbij twee sets (van de 3) wint, heeft de wedstrijd gewonnen. De professionele mannen spelen (met name in finales van grote toernooien) een zgn. "best of five". Wie daarbij het eerste 3 sets heeft gewonnen, wint de wedstrijd.
SETS / GAMES Iedere set bestaat uit games. In principe heeft men een game (spel) gewonnen, indien men na het bereiken van 40-punten in die betreffende game (spel) ook het volgende punt behaald, tenzij de tegenstander evenwel ook reeds 40 punten heeft gescoord. Bij de stand 40-40 ("deuce") dient men namelijk twee opeenvolgende punten te scoren teneinde de game (spel) te winnen. De normale puntentelling in een game is als volgt: Bij het eerste punt komt men op 15, bij het tweede punt op 30 en bij het derde punt op 40. Staat de tegenstander ook op 40 punten, is de stand gelijk ("deuce"). Bij winst van het volgende punt staat de serveerder op "voordeel" ("advantage"). Verliest hij het volgende, is de stand weer gelijk. Verliest hij daarop ook het volgende punt, staat hij op "nadeel". Winnaar van de set is de speler die het eerst 6 games heeft behaald, met dien verstande, dat er een verschil van 2 moet bestaan. Men gaat dan ook net zolang door tot dit verschil is bereikt. Dit is slechts anders, indien vooraf is aangekondigd dat men het "tie-break"-telsysteem hanteert.
TIEBREAK Heeft men vooraf afgesproken dat de tiebreak toepassing vindt, speelt men deze bij iedere set indien er een stand van 6-6 is bereikt. Dit is alleen niet het geval in de 3e set (indien "best of three" wordt gespeeld) en de 5e set (indien "best of five" wordt gespeeld), tenzij men vooraf beslist dat de tiebreak in elke set bij 6-6 wordt gespeeld. De tiebreak (ingevoerd in 1971) wordt als een aparte game (spel) beschouwd. In afwijking van de normale puntentelling (15-0, etc.) wordt hierbij om opeenvolgende punten (1, 2, etc.) gespeeld. Winnaar van de tiebreak is de speler die het eerste 7 punten heeft behaald met een verschil van 2. Telkens wanneer 6 punten zijn gespeeld (6, 12, etc.), wordt van baanhelft gewisseld. De winnaar van de tiebreak is tevens de setwinnaar. Indien men vergeet een tiebreak te spelen, terwijl dat vooraf wel was aangekondigd, wordt de eerste reeds gespeelde game (het eerste spel) geteld indien althans de vergissing voordat de bal voor de tweede game in het spel wordt gebracht, wordt bemerkt. Men gaat in dat geval verder met het spelen van het tweede punt in de tiebreak. Wordt de vergissing bemerkt nadat de bal voor het tweede spel wordt geslagen, wordt verder gespeeld als in een set die men met twee games verschil dient te winnen. Staat de stand alsdan op enig moment evenwel 8-8 (of enige hogere stand, mits "even", dus 10-10, 12-12, etc.), wordt alsnog overgegaan tot het spelen van een tiebreak.
ALTERNATIEVE TELMETHODEN Sedert 1 januari 2002 zijn, na een proefperiode, een drietal alternatieve telmethoden ingevoerd teneinde wedstrijden te bekorten. a. beslissend puntsysteem b. korte sets c. beslissend tiebreakspel a. Beslissend puntsysteem Hierbij wordt in de game bij de stand 40-40 een beslissend punt gespeeld; winnaar van dat punt is tevens winnaar van de game. De ontvanger mag daarbij bepalen vanaf welke kant de serveerder op zijn helft moet serveren. In de dubbels geldt hetzelfde systeem, met dien verstande dat in gemengd dubbels de mannelijke serveerder naar de mannelijke ontvanger aan de andere kant serveert en een vrouwelijke serveerder naar de ontvangende vrouw, ongeacht aan welke kant de ontvangers staan. b. Korte sets De speler die het eerst 4 games wint met een verschil van 2, wint de set. Is het 4-4 gelijk dan moet een tiebreak worden gespeeld. c. Beslissend tiebreakspel Indien in een wedstrijd de stand in sets 1-1 is (en er gespeeld wordt om 2 gewonnen sets), of 2-2 (als er gespeeld wordt om 3 gewonnen sets) wordt in plaats van een beslissende set een tiebreak gespeeld om de wedstrijd te beslissen. Die set telt dan als normale tiebreak set, namelijk 7-6. Als "wedstrijdverkorting" wordt voorts gemeld dat in het competitiereglement is opgenomen dat er tijdens indoorcompetities "op tijd" kan worden gespeeld.
TOSS Voordat de wedstrijd begint wordt door middel van de "toss" geloot wie van beide spelers het recht heeft om het volgende te kiezen: a. het recht om als eerste met de service te beginnen (in dat geval mag de tegenstander kiezen op welke speelhelft hij het eerste als ontvanger wil staan), of b. het recht om de speelhelft te kiezen (in dat geval mag de tegenstander bepalen of hij in het eerste spel als serveerder, dan wel als ontvanger wil starten), of c. het recht de tegenstander te laten kiezen of deze als serveerder, dan wel ontvanger het spel wil starten (in welk geval de winnaar van de toss dan de speelhelft mag kiezen), of d. het recht om de tegenstander te laten kiezen vanaf welke speelhelft deze wil beginnen (in welk geval de winnaar van de toss bepaalt wie in het eerste spel als serveerder, dan wel ontvanger start). Heeft de winnaar van de toss zijn keuze bepaald, maar wordt de wedstrijd, nog voordat de eerste bal is gespeeld, uitgesteld (bijvoorbeeld ten gevolge van het weer) blijft de uitslag van de toss in stand, maar mag de tosswinnaar zijn keuze weer herzien bij het begin van de (uitgestelde) wedstrijd.
BEGIN VAN HET SPEL (SERVICE / OPSLAG) De spelers staan ieder aan één kant van het net. De speler die het eerste de bal slaat, heet "serveerder"; zijn tegenstander is de "ontvanger". De ontvanger mag staan waar hij wil, zowel binnen als buiten de baan, mits hij zich maar aan zijn eigen kant van het net bevindt. De serveerder dient bij het nemen van de service (opslag) met beide voeten stil te staan achter de achterlijn en wel tussen de (denkbeeldig) doorgetrokken zijlijn (van het enkelveld; dus niet achter de "tramrails") en middenmerk van de tennisbaan. In het dubbelspel mag de serveerder wél achter de tramrail serveren, maar binnen de denkbeeldig doorgetrokken (dubbelspel)zijlijn. In het dubbelspel mag de partner van de serveerder ook gaan staan waar hij wil (mits op zijn eigen speelhelft). Hij mag daarbij zelfs het zicht van de ontvanger belemmeren. Raakt de serveerder evenwel zijn eigen partner, dan is sprake van een foutieve service. De serveerder dient de bal op te gooien, waarbij de richting niet van belang is, en deze te slaan voordat de bal de grond raakt. Eerst nadat de bal het racket heeft geraakt, mag de serveerder met een voet de achterlijn of (de rest van) het speelveld betreden. De service moet in het servicevlak (diagonaal net over het net) op de speelhelft van de ontvanger worden geslagen, zonder daarbij het net te raken. De eerste service wordt vanaf de rechterkant van het speelveld van de serveerder geslagen, de volgende vanaf de linkerkant, enz.. De service bestaat maximaal uit 2 pogingen; is de eerste service fout, mag de serveerder het nog een tweede maal vanaf dezelfde kant proberen. De service mag niet plaatsvinden als de ontvanger nog niet klaar staat. Slaat de ontvanger desalniettemin de bal terug of doet hij daartoe een poging. Wordt hij geacht wél klaar te zijn geweest. Nadat het spel is gespeeld (de "game" is behaald), wordt de ontvanger serveerder en andersom. In het dubbelspel moet het koppel dat met de service begint onderling uitmaken welke speler/speelster het eerste serveert. De tegenstander beslist ter zake van de service eerst wanneer zij zelf aan de beurt zijn om te serveren. Zij dienen wel te beslissen wie van beide de service als eerste zal ontvangen. Die opstelling blijft vervolgens gedurende de gehele set bestaan. Bij de volgende servicebeurt (de 3e service in de game) serveert de partner van degene die de eerste service heeft geslagen; in de 4e game serveert de partner van de tweede serveerder, enzovoorts. Na afloop van een set in het dubbelspel kan een koppel beslissen de onderlinge serveervolgorde te wijzigen. Ook de ontvangers kunnen de onderlinge opstelling eerst op dat moment wijzigen. Staan de ontvangers in het dubbelspel verkeerd, moeten zij in die verkeerde opstelling de gehele game uitspelen. In de volgende (ontvang)game moeten zij de juiste positie weer innemen. Bij een onjuiste wisseling van service blijven alle reeds gespeelde punten geldig tot het moment waarop men de fout ontdekt. Op dat moment dient men de juiste volgorde in te nemen. Indien een game is beëindigd voordat de vergissing is ontdekt, wordt het serveren in de gewijzigde volgorde voortgezet. Een enkele foutieve service, geslagen voordat men bewust werd van de verkeerde positie, wordt niet geteld; in dat geval wordt tweemaal vanaf de juiste positie geserveerd. De geserveerde bal moet over het net gaan en de grond raken in het servicevak, dat diagonaal tegenover de serveerder ligt, of een lijn, die dit service-vak begrenst, voordat de ontvanger de bal terugslaat. De ontvanger mag de bal niet retourneren alvorens deze de grond heeft geraakt. Een service die de scheidsrechtersstoel raakt, het enkelspelpaaltje, de netpaal of dat gedeelte van het net of de netband, dat zich daartussen bevindt, is een foutieve service; genoemde onderdelen van het veld zijn namelijk "vaste hindernissen".
TWEEDE SERVICE Na een fout (indien dit althans niet de eerste servicefout is), moet de serveerder opnieuw serveren vanachter dezelfde kant van zijn speelhelft van waar hij die foute service serveerde. De serveerder mag niet serveren, voordat de ontvanger klaar is. Indien de laatste de service probeert terug te slaan, wordt verondersteld dat hij klaar stond, zelfs al raakt de ontvanger de bal niet. Een ontvanger mag niet eerst een service "fout" betitelen omdat de bal niet in het goede vak de grond raakt, als hij net daarvoor heeft aangegeven nog niet klaar te staan. De ontvanger van een service mag staan waar hij wil, mits maar op zijn eigen speelhelft. Slaat de serveerder tegen zijn eigen partner aan, is de service fout. Raakt hij echter de partner van de ontvanger, dan is het punt voor de serveerder. Dat laatste is ook het geval als de verkeerde ontvanger retourneert. De service is fout indien: a. de serveerder een voetfout maakt (hij staat niet vrijwel stil of betreedt het speelveld (= ook de achterlijn) voordat de bal het racket raakt) b. hij de bal na de opslag mist (maar wel een zwaai maakt naar de bal met zijn racket) c. de bal in het net belandt; d. de bal een andere vaste hindernis *) (dan het net/netband) raakt voordat deze al dan niet in het servicevak belandt; e. de bal niet de grond in het servicevak van de ontvanger raakt, tenzij de ontvanger (of bij het dubbelspel: zijn partner) de bal, mits deze niet via het net is gespeeld, heeft geraakt, al dan niet met zijn racket, ongeacht of die bal nu wel of niet in het servicevak terecht had gekomen. in het dubbelspel: f. indien de serveerder zijn partner raakt. *) het net, de netpaal, de enkelspelpaaltjes, het netkoord, de netkabel, netband, nettrekband, scheidsrechter(stoel), lijnrechter, ballenjongen, tribune, toeschouwers, het net of hek achter of langs de tennisbaan, etc. De bal is in het spel, zodra de service op juiste wijze heeft plaatsgevonden. De bal blijft in het spel totdat het punt is gemaakt. Indien de ontvanger de bal retourneert, kan hij later niet meer een foute service claimen, tenzij het retourneren in een reflex plaatsvond of tegelijkertijd bij het "fout" roepen.
LET (het overnieuw spelen van het punt) Een "let" is een onderbreking van het spel door een bijzondere gebeurtenis, waardoor het punt als niet gespeeld wordt beschouwd en de spelers weer verder gaan met de laatst bereikte stand. Heeft de serveerder dus al één foutieve service geslagen voordat de let wordt gegeven, mag hij die foutieve service dus "vergeten" en kan hij weer maximaal twee nieuwe servicepogingen wagen. Het "onopzettelijk" hinderen heeft ook een "let" (en dus: altijd via een 1e service!) van het punt tot gevolg. Van onopzettelijk hinderen is bijv. sprake als tijdens de rally een tennisbal uit de broekzak (of de clip) valt, of men een hoofddeksel verliest of de demper van het racket losschiet en zichtbaar door de lucht schiet of op de baan stuit. Let op: de tegenstander heeft dan recht op een "let", niet degene die de hindering "veroorzaakte". Gebeurt hetzelfde incident nogmaals, dan wordt geen "let" meer gespeeld, maar is het punt direct voor de tegenstander. Men wordt namelijk geacht zodanige maatregelen te hebben genomen dat ditzelfde incident zich in diezelfde wedstrijd niet nogmaals voordoet. Bij opzettelijk hinderen verliest men het punt. Er wordt dan géén "let" gespeeld. Van opzettelijk hinderen is bijvoorbeeld sprake als u roept wanneer uw tegenstander de bal wil slaan, of vreemde capriolen of bewegingen maakt, maar ook het (overdreven) te lang wachten door de ontvanger om klaar te staan om de service te ontvangen kan als opzettelijk hinderen worden uitgelegd.
SERVICELET De service is een "servicelet" en wordt derhalve overnieuw gespeeld, indien de bal het net raakt en vervolgens, alvorens de grond te raken, in het juiste servicevak belandt of de ontvanger of diens racket raakt. Er wordt dan uitsluitend die ene service overgespeeld. Er is ook sprake van een servicelet als de ontvanger nog niet klaar stond en daarbij geen poging ondernam de bal te raken, alsmede indien de serveerder wordt gehinderd (van buitenaf), bijvoorbeeld door een bal die vanaf een andere baan in het gezichtsveld van de serveerder komt rollen. NB: Wordt een service onderboken door enige andere oorzaak, moet het gehele punt worden overgespeeld, ook al was de serveerder net met zijn tweede service begonnen.
SERVICE IN DE TIEBREAK In de tiebreak geld een aparte volgorde van serveren. De speler die regulier aan de beurt is om te serveren, begint met één service (aan de rechterkant van zijn speelhelft: de stand is immers nog gelijk). Daarna serveert de tegenstander twee keer achtereen, te beginnen aan zijn linkerkant (want de stand is niet meer gelijk) voor de 1e service en daarna aan de rechterkant voor de tweede.Vervolgens is de eerste serveerder weer voor 2 services (afwisselend rechts- en links) aan de beurt, enz..
SCOREN VAN PUNTEN Men behaalt een punt, indien men de bal zodanig terugspeelt dat deze door de ontvanger niet meer op juiste wijze kan worden geretourneerd, tenzij die gespeelde bal rechtstreeks de grond raakt buiten de lijnen van de speelhelft van de tegenstander, of de tegenstander de bal via een vaste hindernis *) (niet zijnde: het net/netband) heeft bereikt of nadat de bal de grond buiten diens speelhelft heeft geraakt. Een punt wordt tevens bereikt indien de bal tweemaal op de speelhelft van de tegenstander stuit voordat deze de bal terugslaat. Tevens behaalt men een punt (als ontvanger) indien diens tegenstander bij de service een dubbele fout maakt (twee foutieve services achter elkaar). Een service die, zonder het net te raken, rechtstreeks (het racket van) de ontvanger raakt, is daarentegen goed en levert een punt op, ongeacht of die geserveerde bal al dan niet in het servicevak de grond zou raken. Indien de bal in een slag opzettelijk tweemaal wordt geraakt met het racket (of op het racket wordt "gedragen"), is het punt voor de tegenstander. Raakt men zelf, al dan niet met het racket (ongeacht of men dit vastheeft, of dat dit losschiet) het net, de netpalen of de grond op de speelhelft van de tegenstander, is het punt voor de tegenstander. Het punt is ook voor de tegenstander als men het racket naar de bal gooit en deze raakt, of als men zelf door de bal wordt geraakt. Daarnaast is het punt voor de tegenstander als men de bal terugslaat terwijl deze nog op (boven) de speelhelft van de tegenstander is. Nb: Men mag dus wel met het racket boven de speelhelft van de tegenstander komen, bijv. bij de uitzwaai, mits men de grond en/of het net maar niet (met het racket) aanraakt. Men verspeelt ook een punt aan de tegenstander indien men deze opzettelijk hindert bij het uitvoeren van een slag.
PUNT SERVEERDER De serveerder wint een punt wanneer: a. de geserveerde bal de ontvanger of diens racket raakt, voordat de bal de grond heeft geraakt; dit geldt ook bij de service, zelfs als de service "uit" zou zijn gegaan. b. als de ontvanger niet op de juiste wijze terugslaat.
PUNT ONTVANGER De ontvanger wint een punt wanneer: a. de serveerder tweemaal achtereen fout serveert (dubbele fout)
PUNTVERLIES Een speler verliest een punt wanneer: a. hij de bal niet terugslaat, voordat de bal tweemaal op zijn helft de grond heeft geraakt; b. hij de bal zodanig terugslaat, dat deze de grond, een vaste hindernis of ander voorwerp raakt, buiten het speelveld van de tegenstander; c. hij een bal slaat, die zich nog op de helft van de tegenpartij bevindt (bijv. van het volleren) (tenzij in geval van sterk tegeneffect en de bal eerst op de eigen helft heeft gestoten); d. hij of zijn racket (onverschillig of hij het racket al dan niet in zijn hand heeft) het net raakt, de netpalen, de enkelspelpaaltjes, het netkoord of de netkabel, de netband of de nettrekband, of de grond van de speelhelft van zijn tegenstander; e. hij de bal tweemaal direct achter elkaar raakt; f. hij de bal op zijn racket "draagt"; g. hij de bal met zijn lichaam raakt; h. hij opzettelijk een handeling verricht waardoor zijn tegenstander bij het slaan van de bal wordt gehinderd; - nb: het punt wordt overgespeeld indien het hinderen per ongeluk gebeurde.
RETURN Een terugslag is goed: a. indien de bal het net raakt of de netpalen, de enkelspelpaaltjes, het netkoord of de netkabel, de netband of de nettrekband, hierover gaat en de grond in het speelveld raakt; b. indien de bal, geserveerd of teruggeslagen, de grond op de juiste speelhelft raakt en terugspringt of door de wind over het net wordt teruggeblazen, en de speler, die aan de beurt is de bal terug te slaan, over het net reikt en de bal slaat; c. indien de bal wordt teruggeslagen buiten de netpaal of het enkelspelpaaltje om, onverschillig of dit boven of onder nethoogte geschiedt, ook wanneer de bal de netpaal of het enkelspelpaaltje mocht raken, mits de bal de grond in de juiste speelhelft raakt; d. indien het racket van een speler over het net komt, nadat hij de bal heeft geslagen, mits de bal over het net was voor de slag werd gespeeld; e. indien een speler er in slaagt de geserveerde of in spel zijnde bal terug te slaan, die een in zijn speelhelft liggende bal raakte. nb: indien het niet duidelijk is of de juiste bal wordt teruggespeeld, moet een let worden gegeven.
WISSELING VAN SPEELHELFT Na iedere oneven game wordt van speelhelft gewisseld. Is de set geëindigd, dan wisselt men niet, tenzij sprake is van een oneven aantal gespeelde games. Het wisselen van speelhelft dient in een dusdanig tempo te geschieden, dat maximaal 90 seconden zijn verstreken tussen einde van de vorige game en het moment waarop de bal voor het eerste punt van de volgende game in het spel wordt gebracht. Na het beëindigen van elke set bedraagt deze tijd 120 seconden. Als uitzondering geldt dat na de eerste game in elke set, alsmede tijdens de tiebreak direct moet worden doorgespeeld en zonder rustperiode van speelhelft moet worden gewisseld. Komt men er later achter dat men vergeten heeft te wisselen, dient men dat op dat moment alsnog te doen, maar blijven alle punten die daarvoor zijn behaald, geldig. Vanaf de derde game in iedere set is bij de baanwissel een korte pauze van maximaal 2 minuten toegestaan.
RUSTPAUZE Na beëindiging van iedere set (ongeacht de stand) is er een "setpauze" van maximaal 2 minuten. Na de derde set (of ingeval dames meespelen: na de tweede set) is een onderbreking van maximaal 10 minuten toegestaan. Een sanitaire stop is alleen toegestaan bij het einde van een set en mag maximaal 5 minuten duren, in aansluiting op de 2 minuten reguliere setpauze. Voorts kan dit slechts éénmaal plaatsvinden in een wedstrijd die om 2 gewonnen sets gaat; wordt om 3 gewonnen sets gespeeld, is 2x een sanitaire onderbreking mogelijk. In het dubbelspel is dit 2x (ongeacht het aantal sets) per team; gaan daarentegen beide partners tegelijkertijd naar het toilet, geldt dit slechts als één sanitaire onderbreking. NB: het is de speler, buiten bovenstaande extra sanitaire onderbreking, altijd toegestaan (mits tijdens de setpauze) het toilet te bezoeken; hij dient dan wel binnen de reguliere 2 minuten setpauze terug te zijn. Een éénmalige onderbreking voor een blessurebehandeling is toegestaan, mits deze maximaal 3 minuten duurt. Dames hebben recht op een eenmalige onderbreking voor het verwisselen van kleding, echter alleen na afloop van een set. Zij krijgen daarvoor 5 minuten tijd, in aansluiting op de reguliere 2 minuten setpauze. De inspeeltijd vóór het begin van de wedstrijd bedraagt maximaal 5 minuten. Het gestelde ten aanzien van onderbrekingen voor toiletbezoek en wisselen van kleding (dames) geldt vanaf het moment dat het inspelen begint.
RECLAME LANGS DE BAAN Reclameborden langs de korte kant van de baan mogen niet dermate opvallend van kleur zijn, dat daardoor de spelers worden afgeleid. Aan de borden langs de zijkant zijn wat dat betreft geen specifieke normen verbonden. De borden moeten wel maximaal 3 meter lang en 1 meter hoog zijn.
RECLAME OP HET TENUE De op het tenue aanwezige commerciële reclame-uitingen en fabrikantenlogo´s op kleding, schoeisel en uitrusting moeten voldoen aan bepaalde voorschriften. Zo mag een speler op elke mouw van zijn shirt, trui of trainingsjack één logo van de fabrikant van maximaal 13 cm2 hebben, alsmede één commerciële reclame-uiting van maximaal 19,5 cm2. Indien vrouwen mouwloze kleding dragen, mogen zij twee commerciële reclames op de voorkant van het shirt voeren. Deze twee reclames mogen elk maximaal 13 cm2 groot zijn. Op de voorkant, achterkant en/of de kraag van het shirt, trui of trainingsjack zijn in twee logo´s van de fabrikant toegestaan van maximaal 13 cm2 elk. Let op: het maximale aantal van twee geldt voor het gehele tenue. Men kan ook kiezen voor één groter logo, dat alsdan maximaal 19,5 cm2 mag bedragen. Voorts mag één commerciële reclameboodschap van maximaal 300cm2 op het shirt, trui of traingsjack aanwezig zijn. Ten aanzien van deze regel geldt een bijzondere bepaling voor spelers in een competitieteam: Indien zij deze reclame voeren, dient die reclame overeen te komen met de door de overige teamleden gevoerde reclame. De tennisbroek, -rok of trainingsbroek mag twee fabrikantenlogo's bevatten van maximaal 13 cm2 of één logo van maximaal 19,5 cm2. Indien spelers compressiebroeken (zgn. Lycra shorts) dragen, mogen zij daarenboven hierop één logo van de fabrikant van maximaal 13 cm2 dragen. Een speler mag voorts op elke sok standaard logo´s van de fabrikant van elk maximaal 13 cm2 dragen. Op de tennisschoen mag het standaard logo van de fabrikant staan, hetgeen ook het geval is op het racket en de snaren. Het toegestane standaardlogo op pet, hoofdband en polsband mag maximaal 13 cm2 zijn. Een speler mag op zijn tas, handdoek of ander uitrustingsstuk standaard logo´s van de fabrikant dragen, alsmede op zijn tas twee afzonderlijke commerciële reclame-uitingen van elk maximaal 26 cm2. Tenslotte is het toegestaan, binnen de genoemde maximale grenzen, de verenigingsnaam wordt gevoerd. Het binnenste buiten dragen of afplakken van kleding is niet toegestaan.
Bijzondere situaties Indien een bal terecht komt op een andere bal die nog op het speelveld ligt, en slaagt men er desondanks in op correcte wijze de (juiste!) bal terug te slaan, gaat het spel gewoon door. Is niet duidelijk of de juiste bal wordt geretourneerd, dient een let te worden gespeeld. Nb: dit geldt voor ieder voorwerp dat op de baan ligt en door de speelbal wordt geraakt tijdens het spel, tenzij dat voorwerp in het speelveld belandde nadat de bal in het spel kwam; in dat geval dient een "let" te worden gegeven.
Men mag (echter niet tijdens het spel) aan de tegenstander vragen dat deze een bal, welke op zijn speelhelft ligt, verwijderd. · Tijdens de wedstrijd mag de speler, indien deze zich althans op de baan bevindt, niet worden gecoachet, of anderszins aanwijzingen ontvangen van derden; dit recht is alleen in competitieverband toegestaan door de aanvoerder, echter alleen bij wisseling van speelhelft, met uitzondering van de wissel in de tiebreak.
Kampioen van een afdeling is de ploeg die na beëindiging van de competitie het grootste aantal winstpunten heeft behaald. Hierop geldt een uitzondering: als er in de betreffende afdeling een ploeg is die alle competitiewedstrijden heeft gewonnen dan is die ploeg kampioen, ongeacht het aantal winstpunten.
TIP: Zit je op school en wil je je spreekbeurt over tennis houden? Stuur dan een email naar mailto:communicatie@knltb.nlVermeld je naam en adres en de KNLTB stuurt je gratis een pakket met tennisinformatie. |
Hoofdsponsors:
Baansponsors:Van den Bosch MakelaarsFloris' Hand Rovin Woonloods Van Otterlo Auto Vlasveld Leading Leds Le Prix Arcadis
Jeugd sponsor:![]()
Afhangbord: |